Mind Stone – blauw-paarse gloeiende steen die symbool staat voor denken, bewustzijn en focus

Welkom in de Gedachtenkamer

Een plek om even te landen. Hier lees je rustige essays over menselijkheid, verbinding en hoe je goed blijft in een snelle wereld.

Mind Stone – Denken voorbij het denken

Denken helpt, maar niet altijd. In dit stuk onderzoek ik hoe je ruimte maakt in je hoofd, luistert naar je lijf en merkt wat er gebeurt als je even niets oplost. Minder duwen, meer zien. Een uitnodiging om zachter te worden voor jezelf en je gedachten.

Over mentale beheersing, innerlijke ruimte en de vraag wie er eigenlijk denkt

De Mind Stone is voor mij geen filmsteen, maar een symbool voor hoe we omgaan met ons denken. Denken helpt ons keuzes maken en de wereld begrijpen. Maar wat gebeurt er als we ontdekken dat het grootste deel van ons leven niet door ons bewuste denken wordt gestuurd? In dit essay onderzoek ik de Mind Stone als symbool voor de balans tussen hoofd en hart en voor de kracht die ontstaat als gedachten niet langer overheersen, maar leren luisteren.

1. In het hoofd verdwalen

Een jaar geleden zat ik bijna alleen nog in mijn hoofd. Ik deed nauwelijks iets, had nergens zin in. Het denken had zich als een mistlaag over mijn hele wezen gelegd. Ik voelde minder, beleefde minder en begreep zelfs dat niet meer. Pas toen ik het niet meer probeerde te begrijpen, kwam er ruimte.

Denken is nodig. Het helpt me functioneren, keuzes maken en mezelf uitdrukken. Maar het is niet alles. Soms wil mijn hoofd iets, terwijl mijn lijf iets anders voelt. In plaats van nóg harder te denken, moet ik dan juist leren luisteren.

2. Een steen als spiegel

De Mind Stone zie ik niet als fictieve krachtbron uit een film, maar als symbool voor iets wezenlijks: onze relatie met het denken. Wat is denken eigenlijk? Hoe verhoudt het zich tot ons gevoel, ons lichaam en ons ‘zelf’? En misschien wel de belangrijkste vraag: is het ware gebruik van de Mind Stone niet juist het vermogen om het denken te overstijgen?

3. De overschatting van het denken

Misschien is het denken wel een van de meest overschatte krachten van deze tijd. We bouwen systemen, algoritmes, visies en carrières op basis van ons verstand, maar zelden vragen we ons af wie er eigenlijk denkt. Is het onze vrije wil? Onze persoonlijkheid? Of worden we zelf gedacht, gestuurd door onbewuste lagen waar we nauwelijks toegang toe hebben?

Ik merkte zelf hoe ik jarenlang dacht dat ik alles kon sturen. Tot dat moment van stilvallen kwam, en ik voelde: misschien hoeft dat niet altijd.

4. Jung: Denken als eiland op een dieper meer

De Zwitserse psychiater Carl Jung (1875–1961) zag het bewuste denken niet als het centrum van de mens, maar eerder als een eilandje op een groot onbewust meer. Volgens Jung is het bewuste ego, dat wat je bewust denkt en voelt, slechts een klein deel van onze psyche (wie je bent), terwijl het onbewuste met zijn archetypen, driften, herinneringen en schaduwkanten veel meer invloed uitoefent dan we geneigd zijn te denken (Jung, 1964).

Wat bedoelde hij daarmee?

Je bewuste denken, de gedachten en beslissingen waar je je van bewust bent, vormt volgens Jung slechts een fractie van wie je werkelijk bent. Het lijkt alsof je grip hebt op je leven, maar onder het oppervlak gebeurt er veel meer. In het onbewuste bevinden zich universele oerverhalen en beelden (archetypen), vergeten of verdrongen herinneringen, innerlijke drijfveren en vooral alles wat je liever niet onder ogen ziet: wat hij de ‘schaduw’ noemt. Die onbewuste lagen bepalen vaak je gedrag, je relaties en je keuzes. En het wrange is dat zolang je er niet bewust van bent, het voelt alsof het leven je gewoon overkomt.

“Until you make the unconscious conscious, it will direct your life and you will call it fate.” – Carl Jung

Een voorbeeld: je blijft telkens in dezelfde ongezonde relatiepatronen terechtkomen en denkt dat het gewoon ‘pech’ is of ‘toeval’. Maar misschien speelt er onbewust een diepe angst voor verlating mee. Of je voelt je altijd opgejaagd en oververmoeid en noemt dat ‘je aard’, terwijl je eigenlijk gelooft dat je alleen waarde hebt als je presteert. Jung stelt dat pas wanneer je dat soort patronen bewust gaat herkennen, je ze kunt doorbreken.

Jung zag denken niet als de enige of zelfs belangrijkste kracht in de psyche. Hij beschreef vier psychologische functies: denken, voelen, gewaarworden en intuïtie. Wie zich te sterk vastklampt aan denken raakt uit balans. Denken kan dan een manier worden om controle te houden over wat eigenlijk gevoeld wil worden, een beschermlaag tegen wat ongemakkelijk is.

Die visie spreekt me aan, maar ik voeg er ook iets van mezelf aan toe. Hoewel ik erken dat denken niet alles is, geloof ik niet dat het altijd een vorm van verdediging hoeft te zijn. Voor mij is denken juist iets dat richting kan geven, zolang het niet de enige stem is die ik hoor. Denken is waardevol, zolang ik niet ga geloven dat mijn gedachten bepalen wie ik ben. Want op dat moment verlies ik het contact met alles wat daaronder leeft.

Ik weet dat, omdat ik het heb meegemaakt. Een jaar geleden leefde ik vrijwel volledig in mijn hoofd. Ik deed weinig, voelde weinig en verloor het overzicht. Pas toen ik stopte met alles proberen te begrijpen, kwam er ruimte. Denken werd niet langer de kapitein, maar een raadgever.

In die zin zie ik de Mind Stone niet als een steen van beheersing, maar als een spiegel. Niet bedoeld om macht te krijgen over anderen, maar om te leren luisteren naar jezelf. Denken hoeft niet te overheersen, het mag dienen aan wie je werkelijk bent.

Dat idee bracht me bij een andere gedachte die me tijdens mijn onderzoek naar Jung bleef hangen. Archetypen klinken groots en universeel, maar zijn ze niet ook gewoon een vorm van hokjes denken? En is dat niet precies wat we in onze tijd proberen los te laten? We willen onszelf niet meer laten vangen in labels, rollen of vaste structuren. De moderne mens wil fluïde zijn, zichzelf kunnen definiëren en vrij zijn van kaders. En ergens begrijp ik dat goed.

Toch denk ik dat er een verschil is tussen hokjes die je vastzetten en beelden die richting geven. Misschien hoeven we archetypen niet af te schaffen, maar zouden we er anders naar kunnen kijken. Niet als vaste rollen waarin je vastloopt, maar als richtingwijzers die je kunnen helpen om jezelf beter te begrijpen, zonder dat ze je beperken. Ze hoeven je geen vaste vorm op te leggen. Je kunt ze ook zien als innerlijke stemmen of beelden die iets van jezelf zichtbaar maken, iets dat gehoord wil worden. Niet omdat je dat bent, maar omdat het in je aanwezig is.

Wie dat durft te onderzoeken, ontdekt misschien dat denken niet altijd helder is, maar vaak een manier vormt om grip te houden. En precies daar komt voor mij de Mind Stone weer in beeld. Niet als een kracht waarmee je de controle pakt, maar als een uitnodiging om te luisteren. Naar wat je denkt, en vooral naar wat daaronder leeft.

5. Ap Dijksterhuis: Het slimme onbewuste

Je denkt minder dan je denkt

1. Intro – van mystiek naar meetbaar

Waar Jung sprak over archetypen en een collectief onbewuste dat we alleen via symbolen en dromen kunnen aanraken, neemt Ap Dijksterhuis ons mee in een ander verhaal. Een verhaal dat minder mystiek klinkt, maar misschien nog wel net zo wonderlijk is. Zijn boek Het slimme onbewuste laat zien dat ons onbewuste niet alleen bestaat, maar ook slimmer en actiever is dan we vaak denken.

Ik weet nog precies hoe het begon. Ik zag de voorkant van het boek en die trok me meteen aan. “Het slimme onbewuste,” stond er, met daaronder de ondertitel “denken met gevoel.” Een wetenschappelijk onderbouwd boek, maar met een titel die juist dat spanningsveld tussen ratio en emotie raakte. Dat moest ik lezen. En dan die ijsberg op de omslag: tien procent bewust, negentig procent onbewust. Prachtig uitgebeeld, en precies het idee waar ik al langer omheen cirkelde. Dit boek moest ik gewoon bestellen.

2. Het kernidee van Dijksterhuis

Het uitgangspunt van Dijksterhuis is even simpel als ontregelend: bijna alles wat we doen, denken en beslissen gebeurt buiten ons bewustzijn om. Slechts een klein deel van ons denken, ongeveer tien procent, is bewust. De rest speelt zich af in de diepte, in een gebied waar we nauwelijks toegang toe hebben.

Hij legt uit dat het bewuste brein langzaam is. Het kan hooguit een paar dingen tegelijk, moet moeite doen en weegt alles af. Het onbewuste daarentegen is razendsnel en efficiënt. Het kan eindeloos veel informatie tegelijk verwerken en helpt ons continu om de juiste keuzes te maken zonder dat we het doorhebben.

Dijksterhuis noemt voorbeelden die bijna iedereen herkent. Hoe je soms intuïtief weet dat iemand te vertrouwen is, zonder dat je kunt uitleggen waarom. Hoe je tijdens je ochtendritueel ongemerkt al tientallen kleine beslissingen neemt: opstaan, douchen, koffie zetten, ontbijten en de dag beginnen. Je denkt dat je bewust kiest, maar de meeste handelingen gebeuren vanzelf. Hij stelt zelfs dat veel van ons zogenaamd rationele denken achteraf wordt ingevuld. We doen iets, en pas daarna verzint ons brein een logisch verhaal om het te verklaren.

Het beeld is duidelijk: we denken dat we denken, maar veel vaker worden we gewoon gedacht.

3. Wat betekent dit voor zelfbeeld en controle?

Toen ik las dat 90 procent van ons denken onbewust gebeurt, voelde dat als een echo van een ervaring die ik eerder had. Het moment waarop ik besefte dat ik niet meer alles hoefde te begrijpen om verder te kunnen, gaf me rust. De uitleg van Dijksterhuis voegde daar nog een extra laag aan toe. Het idee dat zoveel automatisch gaat, haalde iets zwaars van me af.

Het besef dat je 90 procent van wat je doet niet bewust kunt sturen, voelt paradoxaal genoeg als innerlijke rust. Paradoxaal betekent dat iets in tegenspraak lijkt met wat je verwacht of logisch vindt. Je zou denken dat het idee dat je zo weinig zelf ‘stuurt’ beangstigend zou zijn, maar juist het tegenovergestelde gebeurt: het geeft mij ontspanning. Zelfs een perfectionist als ik maakt fouten, maar die fouten zijn vaak onvermijdelijk. Met tien procent bewust denken had ik ze toch nauwelijks kunnen voorkomen. Dat inzicht maakt mild.

Het gevoel van controle krijgt er zelfs een nieuwe dimensie door, eentje die minder gespannen is. Controle hoeft niet te verdwijnen, maar ze wordt zachter.

Toch zit er ook een spanning in dit idee. Het voelt bevrijdend om te weten dat veel vanzelf gaat, maar ergens is het ook vreemd: als het grootste deel van mijzelf buiten mijn bewustzijn om werkt, wie ben ik dan eigenlijk? Ben ik degene die denkt, of degene die gedacht wordt?

Juist daarom is het ontspannend om te beseffen dat je niet alles hoeft te sturen. Als ik me continu druk maak over iets waar ik bewust amper invloed op heb, word ik iemand die altijd “aan” staat. Laat het komen zoals het komt, en laat het gaan zoals het gaat. Of, om de Beatles te citeren: Let it be. Die woorden vatten dit hoofdstuk bijna samen.

We leggen in onze maatschappij veel nadruk op plannen, beslissen en beheersen. Ik doe er zelf ook nog steeds aan mee. Maar het geeft vaak het gevoel dat je continu alert moet zijn, terwijl een groot deel van ons leven juist via het onbewuste loopt.

En dat idee dat het grootste deel van jou in dat onbewuste huist, is allesbehalve beangstigend. Het is bevrijdend. Het maakt me zelfs nieuwsgierig. Hoe werkt dat eigenlijk? Hoe kan het dat dit bestaat, dat dit de norm is, en waarom weten zo weinig mensen dit? Het is fascinerend: je onbewuste vormt jou. Jouw keuzes. Jouw mens-zijn.

4. Mijn visie

Dit idee geeft me rust. Heel concreet zelfs. Afgelopen zondag merkte ik het nog tijdens een date met een prachtige vrouw. Ik sprak vanuit mijn gedachten, maar ik liet de rest gebeuren. Alles verliep vanzelf, juist omdat ik mezelf kon zijn. Het was niet berekend of gestuurd, maar ongedwongen en dat voelde bevrijdend.

Ik herken datzelfde gevoel in kleine momenten, zoals mijn ochtendritueel. Ik sta op, ga douchen, zet koffie, ontbijt en begin aan mijn dag. Ik denk er niet bij na; mijn lichaam en geest weten wat ze moeten doen. Hetzelfde gebeurt tijdens sporten of schrijven: je lichaam en geest bewegen bijna automatisch en het bewust nadenken treedt naar de achtergrond.

Toen ik stopte met alles proberen te begrijpen, merkte ik hoe er ruimte in mijn hoofd kwam. En nu, terwijl ik lees over het slimme onbewuste, voel ik diezelfde ruimte. Het is alsof er ineens ademruimte ontstaat en de druk in mijn hoofd minder wordt. Dingen gaan vanzelf, tot er iets is dat die stroom verstoort.

Het mooie is dat dit besef me niet alleen rustig maakt. Het helpt me ook los te laten in het dagelijks leven. Tijdens gesprekken, op dates, tijdens het sporten. Het geeft me vertrouwen. Niet omdat alles perfect gaat, maar omdat ik weet dat ik niet alles hoef te sturen.

Misschien is dat wel de les van Dijksterhuis: leren dat er een deel van jou is dat al aan het werk is, zelfs als jij het niet merkt. En misschien zit daar een deel van de ware kracht van de Mind Stone. Niet in het maximaliseren van je denken, maar in leren vertrouwen op dat wat vanzelf opkomt.

Maar dit is nog maar het begin. De Mind Stone laat zien dat denken niet alles is. Soms is het krachtiger om te luisteren dan om te sturen. Het roept nieuwe vragen op.

Als ons denken maar een klein stukje van het geheel is, waar liggen dan de grenzen van dat andere, grotere deel in ons? En als we dat grotere deel durven vertrouwen, wat gebeurt er dan met de manier waarop we leven en met de manier waarop we naar onszelf kijken?

6. Het laatste inzicht

De Mind Stone laat me zien dat denken waardevol is, maar pas echt kracht krijgt als het niet overheerst. Zolang ik mijn gedachten blijf zien als de volledige waarheid, verlies ik de verbinding met alles wat daaronder leeft. Zodra ik ze beschouw als raadgevers in plaats van leiders, ontstaat er ruimte.

Die ruimte is zacht. Ze voelt niet als verlies van controle, maar als ademruimte. Alsof er ineens plek is om te luisteren. Niet alleen naar wat ik denk, maar ook naar wat ik voel, wat ik ervaar en wat ik nog niet kan verwoorden.

En daar begint iets nieuws. Want als denken niet alles is, wat blijft er dan over wanneer de gedachten stilvallen?

Misschien is dat precies waar de volgende steen ons bij kan helpen. De Soul Stone nodigt uit om dieper te kijken, voorbij het denken, naar de kern van wie we zijn. Naar dat stille midden waar woorden niet meer nodig zijn en waar je voelt dat je leeft.

Misschien gaat het daar allemaal wel om: durven stilvallen, en merken dat er iets blijft. – Lennard, Gedachtenkamer

Literatuurlijst

  • Jung, C. G. (1964). Psychological reflections. Princeton University Press.
  • Dijksterhuis, A. (2007). Het slimme onbewuste: denken met gevoel. Ambo.
  • Lennard. (2025). Mind Stone – Denken voorbij het denken. Gedachtenkamer.
Loading spinner

Wil je een seintje krijgen bij een nieuwe Gedachte van de Maand of een nieuw essay?

Eerlijk, menselijk, zonder ruis.

Voorbeeld nieuwsbrief: “Mind Stone: Denken voorbij het denken. Over mentale beheersing, innerlijke ruimte en de vraag wie er eigenlijk denkt.”

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *