We vullen elkaar vaak in met ideeën. Dit essay gaat over projectie, intimiteit en gewoon kunnen zijn zonder iets te hoeven bewijzen. Over de moed om niet perfect te zijn en toch dichtbij te blijven. Als het echt is, hoeft het niet groter dan dat.
Dit essay sluit aan op Waarom sommige mannen ‘princess treatment’ willen. In dat eerste stuk onderzocht ik hoe verlangen naar erkenning ons soms doet hopen dat de ander ons compleet maakt.
Toch bleef er iets knagen. Een gevoel dat er nog iets verteld moest worden over wat liefde eigenlijk wél kan zijn, als we stoppen met zoeken naar invulling. Dit essay is mijn poging om dat gevoel te volgen. Geen pasklare antwoorden, geen ideaalplaatje. Wel vragen. Over projectie, over intimiteit, over blijven, ook als er niets opgelost hoeft te worden.
Ik schreef dit om mezelf beter te begrijpen. Misschien herken jij er iets in. Misschien ook niet. Maar als er ergens iets open klikt, in je denken of in je gevoel, dan is dat voor mij al genoeg.
Deel 1 – De spiegel liegt niet
Anne is twintig en denkt dat ze verliefd is. Niet zomaar op iemand, maar op hém. De man met wie ze al dagen praat, die haar vragen stelt die ze zichzelf nooit durfde te stellen. Hij is rustig. Afstandelijk, een beetje koel zelfs. En juist daarom voelt het veilig.
Ze herkent zichzelf in hem. Of eigenlijk, het deel van zichzelf dat ze hoopt te zijn. Vast, gelaagd, onaangedaan. Ze vult hem in waar hij stil is. Projecteert warmte waar hij kilte laat vallen. Als hij even niet antwoordt, fantaseert ze over de reden. Hij is vast diep in gedachten. Of verlegen. Of geraakt. Dat moet het zijn.
Hij zegt mooie dingen. Soms. Woorden die lijken op de hare, alsof ze in dezelfde taal denken. Zij onthoudt alles. Zinnen, blikken, de pauzes ertussenin. Maar als ze er later op terugkomt, weet hij het niet meer. Alsof het niets betekende. Of alsof hij iemand anders was, toen hij dat zei. En ergens was hij dat ook.
Zij wilde gezien worden. Hij wilde misschien gewoon gezien worden als iemand die kon zien. Beiden keken, maar niemand zag.
In de weken daarna verstart hij. Reageert trager. Minder aanwezig. Tot hij op een dag gewoon stilvalt. Geen uitleg, geen afscheid. Alleen stilte. Een breuk zonder woorden.
En Anne?
Zij voelt alles wat hij niet meer kan dragen. Verdriet, boosheid, onzekerheid, schaamte.
Ze zakt weg in een soort mist. Zoekt bevestiging in zijn sporen. Leest oude berichten alsof ze daar alsnog een antwoord in vindt.
Maar het enige wat ze echt vindt, is zichzelf.
Of in elk geval: een spiegelbeeld.
Eentje dat langzaam begint te praten.
Deel 2 – Wat jij mij moet geven
Liefde is niet langer een ontmoeting. Het is een projectie geworden. Een ruil. Een subtiel contract waarbij we niet meer vragen: Wie ben jij? maar eerder: Wat kun jij mij geven wat ik zelf niet bezit?
Anne was daar geen uitzondering op. Zoals velen verlangde ze naar iets wat groter was dan zichzelf. Niet omdat ze niet genoeg was, maar omdat ze het niet zeker wist. En juist dat verlangen werd de blauwdruk voor haar verliefdheid. Ze zag in hem wat ze zelf wilde voelen: stabiliteit, erkenning, bevestiging. Hij werd een scherm waarop ze haar innerlijke chaos kon afspelen, zonder dat hij zich daar ooit echt toe had verbonden.
Projection involves individuals attributing their own unacceptable thoughts, feelings, and motives to another person.
Anne zag in haar partner de gevoeligheid die ze zelf nog niet durfde te claimen. Door hem te idealiseren, kon ze tijdelijk geloven dat haar eigen kwetsbaarheid ergens veilig lag opgeslagen.
Maar in plaats van te ontmoeten, begonnen ze te consumeren. Onbewust, maar onafwendbaar. Hij werd langzaam een product. Niet iemand met ruimte, maar iemand met een functie. Iemand die iets moest leveren. En toen hij dat niet meer deed, toen hij niet meer kon voldoen aan het beeld dat op hem geplakt werd, begon hij te verdwijnen.
Love brings to light the hidden traits of the lover and exposes them to the daylight.
Maar dat wat in het licht kwam, was niet alleen mooi. Het was ook manipulatief. Genadeloos eerlijk. Behoeftig.
Tinder, sociale media, podcasts, algoritmes. Alles moedigt ons aan om de ander te benaderen als dienstverlener van onze leegte. “Jij hebt me teleurgesteld” betekent in deze tijd vaak: jij was niet wat ik besteld had.
En de ander? Die probeert zich aan te passen. Probeert te leveren. Totdat hij op een dag niet meer weet wie hij is. De woorden die hij ooit zei, uit beleefdheid, empathie of verliefdheid, herkent hij niet meer. Anne houdt ze vast, maar hij laat ze los. Niet uit onverschilligheid, maar omdat ze nooit helemaal van hem waren.
We act as if our fictions are true. And for a time, they work.
Zo leefden Anne en haar partner. In een zorgvuldig geconstrueerde fictie. Maar ficties zijn vermoeiend als je niet meer weet dat ze fictie zijn.
Wat resteert, is leegte. Schaamte. Verwarring. Niet omdat iemand iets verkeerd deed, maar omdat niemand zichzelf nog was.
Of zoals ik het zelf zie:
Ze dachten: ik ben wie ik wil zijn. Ik denk te weten wie ik ben, maar dat gevoel, hart en hoofd het toch elke keer oneens zijn met elkaar en dit normaal geworden is voor deze personen. Alsof ze tevreden zijn met onvrede. Omdat ze geen vrede kennen. Geen innerlijke vrede.
En dat is misschien wel het meest tragische van alles.
Want tegenwoordig worden we voortdurend beïnvloed. Ons denken wordt beïnvloed, dat weten we. Tegenwoordig horen we overal reclame, zien we ontzettend veel verschillende filmpjes, horen we verhalen van over de hele wereld, horen we filmpjes van anderen op de telefoon. We worden dagelijks beïnvloed, bijna iedere minuut. We staan altijd aan. Alleen als we slapen kunnen we niet extra beïnvloed worden, maar kunnen we wel beïnvloed worden door wat we gezien hebben en hebben meegemaakt overdag.
Deel 3 – De spiegel ontmantelen
We willen soms grip op de ander. Niet per se omdat we controlezuchtig zijn, maar omdat we op dat moment misschien geen grip hebben op onszelf. In sommige relaties wordt de ander dan een soort houvast. Een spiegel. Een bevestiging van wat we hopen te zijn of denken nodig te hebben.
En als die spiegel de juiste dingen terugkaatst, voelen we even zin. Even rust.
Maar wat gebeurt er als die spiegel niet teruggeeft wat we erin hebben gelegd?
Projectie is een manier om dat wat we in onszelf niet kunnen aanvaarden, toe te schrijven aan de ander.
Hans Vaihinger zag iets soortgelijks. In Die Philosophie des Als Ob beschreef hij hoe we ficties gebruiken om te functioneren. We doen alsof ze waar zijn, en zolang niemand het tegenspreekt, werken ze.
Maar betekenis die we opleggen, is geen betekenis die we werkelijk voelen. Het is een kopie. Een echo. En op den duur resoneert er niets meer terug, niet omdat de ander doof is, maar omdat we luisteren naar een spiegelbeeld in plaats van naar een mens. Wat we terug horen, komt niet meer van buitenaf, maar van binnenuit. En juist dat maakt het leeg.
Hoe vaak kijken we écht? Niet met verwachting, maar met aanwezigheid.
Hoe vaak luisteren we naar wat er is, in plaats van naar wat we hopen te horen?
Je hoeft daar geen antwoord op te geven. Hier niet, en ook niet voor jezelf.
Gedachtenkamer is geen klaslokaal. Er is geen toets aan het eind.
Lees. Denk. Voel.
En laat het daarbij, als je wilt.
Until you make the unconscious conscious, it will direct your life and you will call it fate.
Misschien is liefde dus niet iemand vinden. Misschien is het: blijven staan wanneer iemand jou aankijkt, en niets in jou wegrent.
True love is not about merging with someone else. It’s about meeting them, fully.
Projectie is veilig. Intimiteit is dat niet.
We kunnen iemand idealiseren tot in perfectie, maar perfectie houdt geen menselijkheid over. Daarom kiezen we vaak voor de veilige illusie in plaats van de werkelijke ander.
We willen verbinding, maar vaak zonder dat het ons echt raakt. En precies daarin raken we elkaar kwijt.
De spiegel moet ooit breken, of je blijft alleen. Ook al slaap je met iemand naast je.
Is dat pijnlijk om te lezen? Misschien.
Maar misschien is het ook een opening.
Een opening naar een nieuwe manier van kijken.
Zonder grip. Zonder oordeel.
Alleen maar kijken. Naar de ander. En misschien, heel misschien, ook naar jezelf.
Dus dan vraag ik je dit.
Niet hardop, maar in stilte.
Als je straks iemand aankijkt,
wie zie je dan werkelijk?
Deel 4 – Intimiteit zonder script
Na het einde volgt niet altijd verdriet. Soms volgt een besef. Een helderheid die je niet gekozen hebt, maar die zich aandient. Een soort innerlijke eenheid die je even helemaal voelt. Je hoofd, je hart en je gevoel stemmen met elkaar in, zonder discussie. Alles zegt hetzelfde: dit gaat niet langer zo.
Misschien is dat het moment waarop projectie wegvalt. Niet omdat je dat wilt, maar omdat het verhaal zichzelf niet langer volhoudt. En wat er dan overblijft, is stilte. Een stilte die geen straf is, geen leegte, maar een uitnodiging.
Wat is dit geweest? Waarom voelde het zo? Waarom leek het alsof het moest blijven duren? En waarom kon het dat niet?
Soms stel je die vragen hardop, tegen jezelf of de ander. Soms alleen in je hoofd. En soms blijf je erin hangen, wekenlang, zoekend naar een antwoord dat misschien nooit komt. Maar soms ook opent zich iets. Geen antwoord, maar ruimte.
Toen Anne nog kind was, kende ze die ruimte wel. Samen op het gras liggen met haar beste vriend. Niks zeggen. Gewoon zijn. Kinderen hebben dat nog. Ze hoeven niets te maken van een moment. Ze hoeven niet te begrijpen, te beheersen of te verklaren.
Dat is wat intimiteit voor mij is. Samen zijn zonder iets te hoeven worden. Geen woorden nodig. Geen verwachtingen. Alleen aanwezigheid. Misschien zelfs weer even verliefd zijn, in stilte..
Wat blijft er over als je de ander niets hoeft te maken?
Wat blijft er over als je zelf niets hoeft te worden?
Misschien is dat liefde. Geen script. Geen rol. Geen publiek.
Alleen twee mensen die besluiten te blijven, ook als ze elkaar even niet begrijpen.
Je hoeft hier niets mee. Je mag het alleen lezen.
Misschien voel je iets. Misschien denk je iets. Misschien ook niet.
Lees. Denk. Voel.
En als je straks iemand aankijkt,
durf je dan te blijven?
Deel 5 – Een andere manier van liefhebben
Wat blijft er over als je de ander niet meer nodig hebt om jezelf te bevestigen?
Wat als liefde geen spiegel is, geen project, geen zoektocht naar heling? Wat als liefde juist begint waar het idee van ‘nut’ eindigt? Misschien is het dat. Geen functie. Geen vorm. Alleen ruimte.
Een ruimte waarin je bestaat. Incomplete zinnen. Moeilijke dagen. Stilte.
Een ruimte waar je niet hoeft te overtuigen. Niet hoeft te worden.
Een ruimte waar je alleen maar hoeft te zijn, en dat genoeg is.
Misschien is de ander geen bestemming. Geen beloning.
Misschien is de ander een spiegel waar je bewust in leert kijken.
Je oefent in zien, en in blijven. In kwetsbaar zijn zonder script.
Niet om iets te worden. Maar om iets te delen.
Je oefent in mens zijn. Met elkaar.
Misschien gaat liefde niet over jezelf vinden in de ander, maar over jezelf durven zijn, in de nabijheid van iemand die dat toelaat.
Dat raakt me. En misschien jou ook.
Want wat als liefde geen invulling is, maar een afstemming?
Wat als je niets hoeft te zijn om genoeg te zijn?
En wat als het niet gaat over elkaar begrijpen, maar over het toelaten van elkaars onbegrip?
Voor mij is liefde: jezelf kunnen zijn, met een ander die dat ziet.
Die je niet wil veranderen, maar je vasthoudt zoals je bent.
Die je mist. En die jou ook mist.
Iemand die je aanraakt zonder te duwen.
Iemand die mag bestaan, naast jou, zonder dat jij jezelf verliest.
True love is not about merging with someone else. It’s about meeting them, fully.
Je hoeft dat niet te geloven. Je hoeft het niet te herkennen.
Maar als je iets uit dit essay meeneemt, laat het dan dit zijn:
Wees zacht voor wat je nog niet weet. Onderzoek wie jij bent, op je eigen manier. Op je eigen tempo.
En als je straks iemand aankijkt,
kun je dan gewoon blijven staan, zonder iets te moeten worden?

Geef een reactie